{"id":60,"date":"2010-10-27T09:37:33","date_gmt":"2010-10-27T09:37:33","guid":{"rendered":"http:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php"},"modified":"2017-07-02T16:03:37","modified_gmt":"2017-07-02T16:03:37","slug":"mi","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/taalleermethoden\/mi","title":{"rendered":"MI"},"content":{"rendered":"<p><strong><a href=\"http:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/taalleermethoden\/mi\/howard_gardner_harvard\" rel=\"attachment wp-att-1953\"><img decoding=\"async\" loading=\"lazy\" class=\"alignright size-full wp-image-1953\" src=\"http:\/\/www.taalleermethoden.nl\/wp-content\/uploads\/2010\/10\/Howard_Gardner_Harvard.jpg\" alt=\"Howard_Gardner_Harvard\" width=\"240\" height=\"240\" srcset=\"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/wp-content\/uploads\/2010\/10\/Howard_Gardner_Harvard.jpg 240w, https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/wp-content\/uploads\/2010\/10\/Howard_Gardner_Harvard-150x150.jpg 150w, https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/wp-content\/uploads\/2010\/10\/Howard_Gardner_Harvard-176x176.jpg 176w, https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/wp-content\/uploads\/2010\/10\/Howard_Gardner_Harvard-60x60.jpg 60w\" sizes=\"(max-width: 240px) 100vw, 240px\" \/><\/a>Meervoudige Intelligenties, MI<\/strong><\/p>\n<p><a href=\"#achtergrond\">1. Achtergrond MI<\/a><br \/>\n<a href=\"#intelligenties\">2. Welke intelligenties onderscheidt men bij MI?<\/a><br \/>\n<a href=\"#kernvoorwaarde\">3. Individueel onderwijs: de kernvoorwaarde voor MI in het onderwijs<\/a><br \/>\n<a href=\"#implicaties\">4. Implicaties verschillende intelligenties voor het onderwijs<\/a><br \/>\n<a href=\"#literatuur\">5. Literatuur, gebruikte bronnen<\/a><\/p>\n<p><a name=\"achtergrond\"><\/a><strong><span style=\"color: #ff6600;\">1. Achtergrond MI<\/span><\/strong><br \/>\nDe Amerikaanse psycholoog Howard Gardner is de man achter Multiple Intelligences, in het Nederlands Meervoudige Intelligenties (MI) genoemd. Zijn definitie van intelligentie is: \u201fIntelligentie is een biopsychologisch potentieel om informatie te verwerken, dat in werking kan worden gesteld in een culturele situatie om problemen op te lossen of producten te scheppen die van waarde zijn in een cultuur.\u201f Hij ziet intelligenties als, waarschijnlijk neurale, vermogens die wel of niet kunnen worden geactiveerd, afhankelijk van de waarden in een bepaalde cultuur, de kansen die deze cultuur biedt en de persoonlijke beslissingen die individuen en\/of hun families, leraren en anderen nemen.<\/p>\n<p>Hij heeft hiermee een uitbreiding gegeven aan het woord intelligentie, dat door veel psychologen die intelligentie (denken te) testen meestal beperkt blijft tot een meetbaar enkelvoudig vermogen, waarbij dan in feite de verbaal-lingu\u00efstische en de wiskundig-ruimtelijke vermogens worden gemeten. Gardner benadrukt in zijn boek \u201fSoorten Intelligenties\u201f, dat zijn lijst met intelligenties provisorisch was, dat alle intelligenties hun eigen gebied of subintelligenties in zich bergen, dat ze betrekkelijk autonoom zijn en dat de manieren waarop de intelligenties op elkaar inwerken nog nader onderzocht moeten worden. Gardner heeft twee complementaire stellingen wat betreft MI:<\/p>\n<p>1. De theorie biedt een verklaring van de menselijke cognitie als geheel, dus geldt voor de hele soort<br \/>\n2. Er bestaan individuele verschillen in het profiel van intelligenties, waardoor we allemaal unieke combinaties van intelligenties hebben.<\/p>\n<p>Dit laatste heeft natuurlijk belangrijke implicaties voor de individuele ontwikkeling en daardoor dus ook voor de inrichting van het onderwijs. Gardner stelt: \u201cGaan we die uniciteit negeren, minimaliseren of er als individuen en maatschappij van profiteren?\u201f Hij stelt dat men wel uit moet kijken voor het plakken van etiketten en stigmatisering. Verder benadrukt hij dat intelligenties op zich niet moreel goed of moreel slecht zijn. Ze kunnen op een constructieve of op een destructieve manier ingezet worden.<\/p>\n<p><a name=\"intelligenties\"><\/a><strong><span style=\"color: #ff6600;\">2. Welke intelligenties onderscheidt men bij MI?<\/span><\/strong><br \/>\nGardner onderscheid tot nu toe 8 intelligenties. Aanvankelijk reageerde hij nogal luchthartig op vragen of er aanvullingen te verwachten waren :\u201d Mijn studenten hebben me vaak gevraagd of er een kookintelligentie, een humorintelligentie of een seksuele intelligentie bestaat. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat ik alleen de intelligenties kan herkennen die ik zelf bezit\u201f. Hij vraagt zich af of er ook nog een aanvulling moet komen met een naturalistische, een spirituele of een existenti\u00eble intelligentie. Hier moet nog verder onderzoek naar verricht worden.<\/p>\n<p>Ondertussen is de natuurgerichte intelligentie al toegevoegd aan het lijstje intelligenties:<br \/>\n1. verbaal-lingu\u00efstische<br \/>\n2. logisch-mathematische<br \/>\n3. visueel\/ruimtelijke<br \/>\n4. lichamelijk-kinesthetische<br \/>\n5. muzikaal-ritmische<br \/>\n6. interpersoonlijke<br \/>\n7. intrapersoonlijke<br \/>\n8. natuurgerichte<\/p>\n<p><a name=\"kernvoorwaarde\"><\/a><strong><span style=\"color: #ff6600;\">3. Individueel onderwijs: de kernvoorwaarde voor MI in het onderwijs<\/span><\/strong><br \/>\nVolgens Gardner kunnen bijna alle onderwijsprogramma\u201fs worden verdedigd met de MI-theorie, behalve de uniforme school, waar iedereen gelijk wordt behandeld en beoordeeld, wat natuurlijk wel eerlijk l\u00edjkt, want niemand wordt bevoordeeld. Maar omdat iedereen een verschillende aanleg heeft, is dit toch niet houdbaar. Het huidige onderwijs is tot nu toe vooral verbaal en logisch ingericht, wat diverse leerlingen benadeelt, die n\u00edet zo ingesteld zijn.<\/p>\n<p>Gardner stelt dat de belangrijkste bijdrage van de MI-theorie aan het onderwijs gelegen is in de aandacht voor de individuele verschillen, waarbij niet iedereen de schoolkennis op dezelfde manier moet leren en niet iedereen op dezelfde manier moet worden beoordeeld. Volgens hem stimuleert de theorie zowel leraren als leerlingen om hun verbeeldingskracht te gebruiken bij het samenstellen van een studieprogramma en bij de beslissing hoe de lesstof kan worden onderwezen of gebracht en bij het bepalen hoe de leerling zijn kennis moet demonstreren. \u201cDe onderwijskundige moet de ongebruikte intelligenties van de leerling activeren, zodat ze kunnen leren en hun kennis kunnen laten zien op manieren die voor hen logisch zijn.\u201d E\u00e9n mogelijkheid is dus individueel onderwijs, waarbij individuele verschillen geaccepteerd worden en waarbij men voor zover mogelijk methoden ontwikkelt waarin de verschillende soorten breinen even goed aan bod komen. Daarvoor moet men dus wel een goed en uitgebreid beeld van de leerlingen hebben: achtergrond, sterke kanten, interesses, voorkeuren, angsten, ervaringen, doelen. Een beeld dat wel steeds geactualiseerd moet worden, omdat mensen zich ontwikkelen en (kunnen) veranderen. Dat betekent voor de school dat men over de jaren heen liefst vaste docenten heeft, met wie het goed klikt en dat men een goed leerling-volg-systeem heeft.<\/p>\n<p><a name=\"implicaties\"><\/a><strong><span style=\"color: #ff6600;\">4. Implicaties verschillende intelligenties voor het onderwijs<\/span><\/strong><br \/>\nEen citaat uit het boek van Gardner: \u201fBij een kunst als lesgeven komt het er juist op aan of een methode werkt; het doet er weinig toe of de theorie juist was of niet. En, omgekeerd, zelfs als de theorie zowel prachtig als correct is, als hij niet kan worden ingezet in concrete onderwijskundige situaties, geven de onderwijskundigen geen zier om de theorie.\u201f Dus, het gaat erom wat men in de praktijk van het lesgeven met MI kan doen.<\/p>\n<p>Zoals hiervoor al gesteld, heeft ieder zijn eigen unieke combinatie van intelligenties. In de map \u201fActiverende didactiek, samenwerkend leren\u201f van het CPS staat dat Kagan stelt dat deze intelligenties niet afgescheiden maar in samenhang met elkaar ontwikkeld dienen te worden. Daarbij onderscheidt Kagan drie stappen:<br \/>\n1. matching<br \/>\n2. stretching<br \/>\n3. celebrating intelligence (= accepteren &amp; waarderen)<\/p>\n<p>\u201fMatching\u201f wil zeggen dat een leerling dat aangeboden krijgt waar hij goed in is en\/of waar hij een voorkeur voor heeft en dan wordt die intelligentie dus bevestigd. Bij \u201fstretching\u201f krijgt een leerling opdrachten m.b.t. een intelligentie waarover hij niet beschikt of waar hij niet sterk in is. En \u201fcelebrating intelligence\u201f wil zeggen dat leerlingen de capaciteiten en beperkingen van henzelf en van anderen erkennen, accepteren en waarderen. Dit met het oog op de goede sfeer in de klas, die leidt tot betere leerresultaten en plezier in leren.<\/p>\n<p><a name=\"literatuur\"><\/a><span style=\"color: #ff6600;\"><strong>5. Literatuur, gebruikte bronnen<\/strong><\/span><br \/>\nGardner, Howard; Soorten intelligentie, meervoudige intelligenties voor de 21ste eeuw; Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam, (1e druk1999) 2002<\/p>\n<p>Koenders, Lobke &amp; Sijsling, Helen (redactie Projectgroep) Activerende didactiek VO, samenwerkend leren; CPS Onderwijsontwikkeling en advies, Amersfoort, 2002<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Meervoudige Intelligenties, MI 1. Achtergrond MI 2. Welke intelligenties onderscheidt men bij MI? 3. Individueel onderwijs: de kernvoorwaarde voor MI in het onderwijs 4. Implicaties verschillende intelligenties voor het onderwijs 5. Literatuur, gebruikte bronnen 1. Achtergrond MI De Amerikaanse psycholoog Howard Gardner is de man achter Multiple Intelligences, in het Nederlands Meervoudige Intelligenties (MI) genoemd. Zijn definitie van intelligentie is:&#8230; <a href=\"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/taalleermethoden\/mi\">Read more &raquo;<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":32,"menu_order":30,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_mi_skip_tracking":false,"_exactmetrics_sitenote_active":false,"_exactmetrics_sitenote_note":"","_exactmetrics_sitenote_category":0},"aioseo_notices":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/60"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=60"}],"version-history":[{"count":10,"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/60\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1954,"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/60\/revisions\/1954"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/32"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.taalleermethoden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=60"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}